Elden in het Duister

Het is donker en nat buiten. De wijzers van de Lucaskerk wijzen naar de hemel, het is 12 uur, het is middernacht. Terwijl de meeste Eldenaren al in een diepe slaap zijn beland en de laatste gasten de cafeetjes op het plein verlaten, ga ik de straten van het dorp juist in. Ik bekijk Elden vandaag in een ander kleurenpallet, de kleuren van de nacht.

(Het artikel gaat telkens verder onder de foto’s.)

Het stormt een beetje, er klinkt gedonder op afstand en zo nu en dan zie je een flinke flits in de verte. Ik begin op de dijk en bekijk dit spel van hoge en lage drukgebieden vanaf de dijktrap aan de molenweg. Achter de molen speelt het zich af, de flitsen verlichten de door regen gelakte straten.

Langzaam neemt het gedonder af en ik vervolg mijn weg langs de molen, naar de Rijksweg. De Jozefschool (foto links) ziet er duister uit. Op het lichtje boven de ingang na, staat de hele school er verlaten bij. Anders is het bij de Troubadour (foto rechts). De vele verlichting binnen, doet je hier denken, dat de avondcursus van gisteravond een paar uurtjes is uitgelopen.

Via het nu erg donkere paadje tussen de troubadour en Villa Oosterveld, steek ik door naar de Tuin van Elden. Het is hier opvallend licht, dus ik besluit snel door te lopen naar de klapstraat, waar het oude vertrouwde tankstation mij al staat op te wachten.

Het is natuurlijk een industrieel geheel. Maar zo in de nacht heeft het toch ook wel iets. Terwijl ik een foto maak van de stalen constructie (en nog even bijkom van de weer stijgende brandstofprijzen), valt mijn oog op de afgesloten toegang naar het Hofje. Voor verkeer is deze weg tijdelijk versperd. Ter voet kun je over een smal pad langs het grote gegraven gat in de weg toch verder richting het zuidwesten van Elden. De achtergelaten graafmachine creëert samen met het grote gat in de straat, de regen, de duisternis en de nodige schaduwen van straatverlichting, een scene die je kunt herkennen uit menig thriller en detective.

De speeltuin achter de Hennepstraat is volledig verduisterd, dus ik kies ervoor om langs het doorsteek speeltuintje aan het Willem Roodbeenhof te gaan. Ik woon al mijn hele leven in Elden en heb hier zelf ook nog als kind gespeeld.

Langzamerhand doorkruis ik op deze wijze heel Elden. Het is opvallend stil. Ik verbaas mij er niet over. Je moet ook wel een beetje gek zijn om rond dit tijdstip en in de regen, zo door de straten te dwalen. Ik steek via een bruggetje de sloot over en zo kom ik op het fietspad langs de elderhofseweg. Ik zie vanaf hier ook de vertrouwde letters van het OHRA gebouw.

Over de Rijksweg vervolg ik mijn weg weer terug naar het dorsplein. Door al het groen heen worden nog net de letters van huis Kronenburg verlicht. In contrast tot de felgekleurde en lichtgevende hoofden van Cor en Don op de abri die het bushokje aan de brink verlicht.

Terwijl de regen steeds erger wordt, keer ik terug naar huis. Van alle opvallende objecten en beelden die ik op deze avond heb gezien, weten Cor en Don, met hun ‘welcome back vakantiedeals’ mij het minst te verrassen. Het duister wekt even het gevoel alsof je in een hele andere wereld bent.

Thuis kijk ik nog heel even op mijn telefoon. Een melding van “Eldens Geheim (Facebook)”: iemand klaagt over het alarm van een scooter op het plein. Plots sta ik weer met twee benen in het echte Elden. Het duister wekte slechts een illusie, die de volgende ochtend met de zonsopkomst weer ongedaan gemaakt zal worden.