Belevenissen van een peuter in Huize Voorburg

Gerry Herbrink deelt met ons haar vroegste herinnering aan Huize Voorburg

‘Boven in het dorp’ op de hoek Drielsedijk/Rijksweg West staat een statig wit huis. Het spiegelt zich al meer dan anderhalve eeuw in de kolk van Knuiman. De officiële naam is Huize Voorburg, in de volksmond is het bekend als Het Jodenhuis. Het was een van de vijf Nederlandse Alya – of Hachsjara tehuizen. In de eerste oorlogsjaren woonden en werkten hier Joodse jongens en meisjes van 16 tot 19 jaar in afwachting van hun vertrek naar Palestina (het huidige Israël) In die tussentijd bereidden zij zich in de land- en tuinbouw rondom het tehuis vóór op een toekomst in het ‘beloofde land’.

Na de oorlog woonde de nieuwe eigenaar Thé Bötzel er met zijn gezin. Het huis was dusdanig groot dat het kon worden onderverhuurd aan nog zes extra gezinnen! Van mijn 3e tot mijn 6e jaar woonde ik er met mijn ouders op de bovenverdieping. Ons gedeelte had toegang tot een grote zolder, waar veel te ontdekken viel voor een ondernemende peuter. En ondernemend was ik!

Mijn beste speelkameraadje was Micky de poes. Zij heeft het geweten! Achtereenvolgens heb ik een bezempje op haar kapot geslagen en haar van kop tot staart met blauwe verf bewerkt. De zolder kwam uit op een dakterras. Daar kon ik veilig spelen door de omheining die het platte dak omsloot. Helemaal omsloot. Behalve daar, waar het dak overging in het schuine dak, met de hoog boven mij uítstekende schoorsteen. Ik kon er ’s winters eindeloos met sneeuw rollen tot het poppen werden en in de zomer met zand en water spelen. Micky hield mij vaak gezelschap en ik haar. Overal waar Micky was volgde ik haar. Zo ook op een dag dat ze het dak opklom. In die dagen werd ik nog niet geplaagd door twijfel en ik aarzelde dan ook geen seconde om haar achterna te klauteren. Dat lukte aardig, ik kon al bijna haar staart pakken… tot ik niet meer verder kon. Ik zat klem tussen de schoorsteen en het dak. Wat ik ook trok en duwde, ik zat muurvast. Er zat niets anders op dan een keel op te zetten.

Dat werkte! Al gauw kwam mijn moeder aangerend. Die zette een gezicht op wat ik nog niet kende en haalde er mijn vader bij. Mét een ladder en stukje voor stukje, heel voorzichtig, werd ik bevrijd. Het verhaal werd aan iedereen die het wilde horen, verteld en ik begreep niet waar men zich druk om maakte. Ik wilde gewoon Micky achterna en wat Micky kon, wilde ik ook, wat was daar bijzonder aan? Wat ik me niet realiseerde was, dat de plaats waar ik vast kwam te zitten minder dan een halve meter van de dakrand was verwijderd. Als de schoorsteen me niet de weg had versperd, was ik zeker 12 meter naar beneden gevallen.

Nog steeds als ik langs het huis kom, gaat mijn blik even naar die plaats waar mijn leven even aan een zijden draadje heeft gehangen!

(Foto: Eerde Kalsbeek)

Redactie Elden Online

Hoofdredacteur Hallo Elden | Elden Online